Hoeveel spaargeld moet je hebben? De meest gebruikte vuistregel is een buffer van minimaal 3 maanden aan maandelijkse uitgaven. Daar komt meestal wat bovenop: reken een extra maand voor een koophuis, twee extra maanden bij een wisselend of zzp-inkomen, en nog een maand als je thuiswonende kinderen hebt. Voor de meeste huishoudens komt dat neer op een buffer tussen de drie en zes maanden.
Waarom heb je een spaarbuffer nodig?
Een financiële buffer is er voor de dingen die je niet ziet aankomen: een kapotte wasmachine, een auto die door de keuring valt, een rekening van de tandarts, of een periode zonder werk. Zonder buffer moet je zulke tegenvallers opvangen met rood staan of een lening, en dat kost je onnodig veel rente.
Met een buffer los je die momenten rustig op uit eigen geld. Je hoeft niets te lenen, je betaalt geen rente, en je slaapt er beter van. Het is geen luxe, maar de basis onder de rest van je financiën.
Hoe groot moet mijn buffer zijn?
Begin bij je vaste lasten en tel daar je vaste variabele uitgaven bij op, zoals boodschappen en vervoer. Dat is je maandbedrag. Vermenigvuldig dat met het aantal maanden dat bij jouw situatie past:
- Basis: 3 maanden voor iedereen.
- Koophuis: +1 maand, want onderhoud en reparaties komen voor eigen rekening.
- Wisselend of zzp-inkomen: +2 maanden, want je inkomen kan flink schommelen.
- Thuiswonende kinderen: +1 maand voor de extra onvoorziene kosten.
Een rekenvoorbeeld: stel dat je maandelijkse uitgaven € 2.000 zijn en je situatie op vijf maanden uitkomt. Dan is je richtbedrag € 2.000 × 5 = € 10.000. Dit zijn indicatieve bedragen, geen norm - kijk vooral naar wat voor jou genoeg rust geeft.
Waar bewaar je je spaarbuffer?
Een buffer moet je op elk moment kunnen gebruiken. Zet hem daarom op een gewone spaarrekening waar je direct bij kunt, gescheiden van je betaalrekening zodat je het geld niet per ongeluk uitgeeft.
Wat je níet doet met je buffer:
- Deposito’s: daar zit je geld voor maanden of jaren vast. Prima voor sparen op langere termijn, niet voor een noodpotje.
- Beleggen: de koersen kunnen juist laag staan op het moment dat je het geld nodig hebt. Beleg pas met geld dat je jaren kunt missen.
Een iets hogere rente weegt niet op tegen het risico dat je niet bij je geld kunt op het moment dat het erop aankomt.
Hoe bouw je een buffer op?
De makkelijkste manier is jezelf als eerste betalen. Zet een automatische overboeking klaar die vlak na je salaris een vast bedrag naar je spaarrekening stuurt. Wat je niet ziet, geef je niet uit.
- Begin klein als het moet - € 25 of € 50 per maand is al een start.
- Verhoog het bedrag zodra je merkt dat het niet knelt.
- Stort meevallers, zoals vakantiegeld of een teruggave, direct door.
Zo groeit je buffer vanzelf, zonder dat je er elke maand een besluit over hoeft te nemen. Wil je precies weten hoeveel jij opzij moet zetten? Gebruik de spaarbuffer-calculator. Die rekent je richtbedrag uit op basis van jouw uitgaven en situatie. En met de VasteLast-calculator breng je in een paar minuten je maandlasten in kaart - de basis waarop je je buffer berekent. Gratis, zonder account en zonder advertenties.